www.toekomstkerkgebouwen.nl
noodzaak
www.toekomstkerkgebouwen.nl
De Spaarnekerk in Haarlem, gebouwd in
1883-1885, werd honderd jaar later gesloopt.
Foto: Job van Nes

Veranderingen in religieus Nederland

Enige decennia geleden was het lidmaatschap van een christelijke kerk in Nederland nog meer regel dan uitzondering. Die tijd is voorbij. De kerkgang op zondag is vervangen door familiebezoek, vrijetijdsbesteding buitenshuis of ontspanning binnenshuis. Mensen bezoeken soms wel graag een kerkgebouw, maar willen niet vast zitten aan een eredienst of beperkte openingstijden. Onderzoeken van het Sociaal Cultureel Planbureau en KASKI geven duidelijk inzicht in de veranderde houding tegenover kerk en religie. Naast het christendom is de islam een factor van betekenis geworden, evenals de vele christelijke migrantenkerken. Daarnaast is een grote groep mensen ongebonden religieus of spiritueel geïnteresseerd. Twee op de drie Nederlanders beschouwt zich als buitenkerkelijk, voor jongeren geldt dat voor drie op de vier.

Kaalslag van 'overtollige' kerkgebouwen

De grote christelijke kerkgemeenschappen maken de balans op en zijn bezig met een drastische inkrimping van het gebouwenbestand. Plaatselijke kerkgemeentes en parochiebesturen maken eigen afwegingen welke gebouwen men wil handhaven en welke zullen worden verkocht. De opbrengst uit de verkoop van de gebouwen wordt vaak gebruikt om tekorten in de begroting voor andere gebouwen aan te vullen. Helaas ziet men het nog niet overal als taak om een goede toekomst te garanderen voor het gebouwde religieus erfgoed. Het gevolg is dat er op dit moment een dramatische kaalslag van cultureel erfgoed plaatsvindt.

Sloopplannen leiden tot conflicten

Verkoop en de wens tot sloop van een kerkgebouw leiden vrijwel overal tot conflicten. In de kerkgemeenschap zelf, en met partijen die het kerkgebouw graag in stand willen houden, zoals erfgoedorganisaties of buurtbewoners. Het publiek realiseert zich vaak pas wat er aan de hand is als een plan tot sloop van een kerkgebouw naar buiten wordt gebracht. Dan zijn er echter vaak al de nodige afspraken gemaakt tussen kerkbestuur en projectontwikkelaar. Dankzij een tijdige, bewuste keuze voor het behoud van een kerkgebouw kunnen veel problemen worden voorkomen, en kan ruimte ontstaan voor een mooie nieuwe oplossing voor het behoud. Soms moet zo'n oplossing nu helaas nog worden afgedwongen door dwarsliggende omwonenden of een monumentenstatus.

Bestuurders houden zich afzijdig, scheiding Kerk - Staat

Overheden houden zich vaak afzijdig van het vraagstuk kerkgebouwen, weten er weinig raad mee. Menen dat men vanwege de scheiding tussen kerk en staat ook niets met de problematiek rond de gebouwen te maken heeft. Deze scheiding is echter bedoeld om religie en politiek uit elkaar te houden, niet politiek en kerkgebouwen.
Subsidie voor een gebouw wordt vaak enkel verleend als er sprake is van een monumentenstatus, terwijl er vanuit een algemeen maatschappelijk belang wel degelijk ook bepaalde financiering mogelijk is.
Bij religieuze organisaties ontbreekt het soms aan een heldere scheiding tussen de financiering van religieuze en meer algemeen maatschappelijke activiteiten. Dit kan een hindernis opwerpen voor financiële steun vanuit overheid of maatschappij.

Beleid voor religieus erfgoed ontbreekt

De rijksoverheid beperkt haar taak om erfgoed -ook religieus erfgoed- te beschermen officieel tot gebouwen, die van nationale betekenis worden geacht, en worden bedreigd in hun voortbestaan. De aanwijzing van monumenten door het rijk ligt echter al enige jaren bijna volledig stil.
In de praktijk blijkt dat de verantwoordelijkheid om vrijkomende kerkgebouwen te beschermen vrijwel helemaal bij de gemeentes is komen te liggen. Gemeentes maken echter met betrekking tot erfgoed hun eigen lokale afwegingen, te midden van eigen plannen en die van kerkbesturen en lokale ontwikkelaars. Deze lokale afwegingen blijken nogal eens ten koste te gaan van het behoud van religieus erfgoed, omdat men plaatselijk soms weinig oog heeft voor het belang ervan. Of bouwplannen voorrang geeft.

De Task Force Toekomst Kerkgebouwen constateert dat er door de verschillende overheden niet voldoende wordt ingespeeld op de huidige ontwikkelingen in de samenleving, en de gevolgen daarvan voor het religieus erfgoed. Meer over de mogelijkheden voor de verbetering van beleid op de pagina overheden.

Is het in het buitenland beter?

Mensen die met de problematiek rond de instandhouding van kerkgebouwen worden geconfronteerd vragen zich vaak af hoe men daar in naburige landen mee omgaat. De financiering van kerkgebouwen is daar vanuit de historie vaak compleet anders geregeld, maar de problematiek van de daling van het aantal kerkleden en de problemen om de kerkgebouwen te financieren blijken daar net zo goed te bestaan. Nederland lijkt alleen wat voorop te lopen, zowel met de problematiek, als met de ervaring met oplossingen.
Vergelijking buitenland:
* In het vanouds grotendeels rooms-katholieke België is het beheer van de kerkgebouwen in handen van ‘de kerkfabrieken’. Dit zijn openbare instellingen, waarin de kerkelijke en burgerlijke overheid verenigd zijn. De kosten van onderhoud van kerkgebouwen worden bijgepast door de burgerlijke gemeente. Deze kosten nemen gemiddeld 0,9 % van de gemeentelijke begroting in. Aan de restauraties van beschermde kerkgebouwen dragen ook andere overheden bij. Door de steeds groter wordende problemen met de instandhouding van kerken en kloosters verhevigt de laatste tijd de discussie over andersoortig gebruik en herbestemming van kerkgebouwen. De burgerlijke gemeente heeft in de besluitvorming over de gebouwen meer inbreng dan in Nederland.
* In Frankrijk staan vrijwel alleen Rooms-katholieke kerkgebouwen. Deze zijn allen in eigendom van de staat. Steeds meer kerkgebouwen –vooral dorpskerken- zijn op dit moment ernstig in verval. Le Figaro meldde in mei 2007 dat volgens een onderzoek van de Senaat op dit moment bijna 1/5 deel van de 15.000 beschermde plattelandskerken bedreigd wordt in zijn voortbestaan.
* In het Verenigd Koninkrijk bestaan veel erfgoedorganisaties die zich o.a. ook met kerkgebouwen bezig houden. Er is bijvoorbeeld een Churches Conservation Trust dat kerkgebouwen in stand houdt, die niet meer door de kerkgemeenschap zijn te onderhouden.
* In Duitsland betalen kerkleden een vrij hoog bedrag aan ‘Kirchensteuer’ (kerkbelasting) aan de overheid. Dit bedrag wordt besteed aan het onderhoud van de kerkgebouwen. Ook hier heeft men met een sterke daling van het aantal kerkleden te maken, al verschilt het per deelstaat. Er zijn diverse organisaties bezig om als vangnet te fungeren, maar er worden ook veel kerkgebouwen gesloopt.