De herbestemde Hasseltse Kerk, nu wijkcentrum de Poorten in Tilburg.
Foto: Harm Jan Wilbrink
Beschermde monumenten vogelvrij?

BN De Stem, 6 maart 2008

door dr Gerrit Vermeer, docent architectuurgeschiedenis en monumentenzorg aan de Universiteit van Amsterdam en lid landelijke Task Force Toekomst Kerkgebouwen

'Opinieonderzoeken over monumenten in Nederland bestaan volgens mij niet.'

Mijn inschatting is dat de meeste Nederlanders trots zijn op de historische bouwkunst in hun omgeving en daar op allerlei manieren van genieten, al was het maar door gezellig te winkelen in een van de vele historische binnensteden of dorpsstraten die ons land kent. Vermoedelijk hebben de meeste Nederlanders er ook alle vertrouwen in dat dit prachtige erfgoed alle aandacht en bescherming krijgt die het verdient. Helaas is de zorg voor het gebouwde erfgoed in onze welvaartsmaatschappij noch vanzelfsprekend noch goed geregeld. De laatste jaren bereikt de stemming onder mijn vakgenoten in de monumentenzorg voortdurend nieuwe dieptepunten. Er is dan ook wel wat aan de hand. Onlangs presenteerde de minister voor Cultuur, Ronald Plasterk, zijn lijst van 100 toekomstige monumenten uit de naoorlogse periode. Anders dan deze lijst suggereert trekt de rijksoverheid zich al sinds jaren steeds verder terug uit de monumentenzorg. Het lijstje van Plasterk, dat volop publiciteit haalde, is ook niet meer dan een symbolische geste. Deze monumenten genieten voorlopig nog geen bescherming en vormen als belangwekkende voorbeelden uit de periode van de wederopbouw niet meer dan een druppel op de gloeiende plaat. Zo kon het vorig jaar gebeuren dat de Nazarethkerk in Oosterhout, geselecteerd als belangrijke wederopbouwkerk, plaats maakte voor nieuwbouw. Eenzelfde lot lijkt de Pius X kerk in Amsterdam beschoren. Een belangwekkende Bossche School kerk in Almelo ging eerder al verloren, waarbij ternauwernood de muurschilderingen bewaard bleven, die nu in het Russische St. Petersburg voor publiek te bezichtigen zijn. De lijst wordt langer en langer.

Plasterks andere voornemens die minder aandacht kregen, doen tot nu toe alleen maar afbreuk aan de monumentenzorg. Zo gaat de minister er vanuit dat voor de bouwkunst van vóór 1940 al een representatief bestand van monumenten is vastgelegd. Belangwekkende kerkgebouwen uit het begin van de vorige eeuw zoals de St. Jozef in Kaatsheuvel vallen buiten de boot van de minister: ze zijn te oud.

Per 1 januari 2009 wil het ministerie van Cultuur burgers en gemeenten hun recht ontzeggen nieuwe Rijksmonumenten voor te dragen. Voor voortschrijdend inzicht over wat in Nederland aan oude gebouwen bewaard moet blijven bestaat dan nauwelijks ruimte meer. Oude, soms middeleeuwse woonhuizen, die nog geregeld tevoorschijn komen achter jongere gevels, zullen bescherming van rijkswege moeten ontberen.

De minister trekt voor restauraties van rijksmonumenten erg weinig geld uit. Grote monumenten zoals kerkgebouwen schreeuwen om aandacht en slechts voor een klein deel daarvan is voldoende geld beschikbaar. Opnieuw zullen dit jaar veel kerkeigenaren door de minister erg teleurgesteld worden, en geen geld ontvangen.

Sinds de invoering van de herziene Monumentenwet in 1988 gingen steeds meer bevoegdheden op het vlak van de monumentenzorg over op andere overheden. In de praktijk ligt hierdoor een belangrijk deel van de zorg bij de gemeenten, die vaak ook al een eigen monumentenlijst hebben opgesteld. Sommige gemeenten, zoals Utrecht en Maastricht, gaan goed met die verantwoordelijkheid om. Maar in gemeenten met wethouders die het minder goed met het erfgoed voor hebben, is het te gemakkelijk gebleken om zich weer van gemeentelijke monumenten te ontdoen als hen dat even beter uitkomt. Dat hebben we vorige week gezien bij de Josephkerk in Dongen, waarbij de rechtbank van Breda de rechtmatigheid van de sloopvergunning, die de gemeente hier op tamelijk vage gronden en zonder directe noodzaak aan zichzelf verleende, bevestigde. Dat de Monumentenwet uitdrukkelijk ook bedoeld is om bescherming te bieden tegen de meer tijdelijke belangenbehartigers uit de politiek, zo leert de Memorie van toelichting op de Monumentenwet uit 1961, vond de rechter kennelijk van ondergeschikt belang. Cultuurluwe wethouders kunnen, als de Raad van State deze uitspraak niet alsnog weerlegd, voortaan hun gang gaan.

Het publiek mag zich over ons gebouwde erfgoed zorgen gaan maken.