De herbestemde Hasseltse Kerk, nu wijkcentrum de Poorten in Tilburg.
Foto: Harm Jan Wilbrink
Slopen of andere bestemming?

’Te koop: kerk. Grote ruime kerkzaal, orgel is nog steeds aanwezig. Vanuit de hal heeft u toegang tot de klokkentoren die…’ Geen grap. Jaarlijks komen er tegen de honderd kerkgebouwen op de markt. In heel Nederland vindt momenteel een heuse kerkstrijd plaats: duur verkopen aan een projectontwikkelaar met sloopplannen of zoeken naar een passende bestemming? Makelaar Reliplan manoeuvreert hier omzichtig tussen (’je begeeft je in een wespennest’) en de Task Force Toekomst Kerkgebouwen beijvert zich voor behoud. „Een kerk is nog steeds méér dan een hoop stenen.”


STRIJD OM KERKEN
’Gebedshuis meer dan een hoop stenen’

Telegraaf 26 april 2008


door MARJOLEIN SCHIPPER
AMSTERDAM, zaterdag 26 april 2008
Glazenier Stef Hagemeier heeft er héél soms nog wel eens een nachtmerrie van. In ’99 vatte hij het plan op de Van Paduakerk in Tilburg te kopen. Het gebouw stond immers op de nominatie om afgestoten te worden. „We kwamen in een horrorfilm terecht, compleet met krankzinnige bisschoppen, idiote regelgeving en ambtenaren die te veel naar Van Kooten en De Bie hadden gekeken”, verzucht Hagemeier. Vijftienhonderd dagen duurde het voor de vergunning rond was: „In 2005 zat mijn bedrijf er eindelijk.”


„Iedereen bemoeit zich met de verkoop van zo’n kerk. De parochie en het bisdom, de gemeente, de provincie, Monumentenzorg. Prijzen kaatsen heen en weer van 1 euro tot een paar miljoen. Verklaart de gemeente een pand tot monument, dan vervalt weer een deel van de waarde. Tot woede van de parochie. En zo’n bisdom is welhaast een militaire macht, die dan weliswaar geen zwaard meer heeft, maar wel allerhande alternatieve middelen! Maar nu ik er zit, kan ik zeggen: het was het allemaal waard. We zeggen wel eens tegen elkaar: door al dat bidden is de zegen in de muren getrokken en het daalt nu op ons neer.”

„Wij zijn een ambachtelijk bedrijf in glas-in-lood. Zo’n grote, stille ruimte met prachtig licht is voor ons een heerlijkheid om in te werken. Voormalige kerkgangers die hier nog wel eens een kijkje komen nemen, zijn blij dat het gebouw een passende bestemming heeft én dat het is behouden. Nederland bevindt zich in een transformatie. Je kunt al die lege kerken wel gaan slopen, maar het is heel goed om even pas op de plaats te maken. Anders gaan we over tien jaar weer jammeren dat we veel te snel zijn geweest met die sloopkogel.”

Van 1990 tot 2007 daalde het aantal katholieke kerken van 1900 tot 1700, en nam het aantal protestantse kerken af van 3200 tot 2900. Het proces is de laatste jaren in een stroomversnelling gekomen; jaarlijks worden er vijftig kerken gesloopt, terwijl er tegen de honderd op de markt komen voor hergebruik. De protestantse kerk in Nederland (PKN) liet op een congres weten dat het in de toekomst vijfhonderd kerken wil gaan afstoten, terwijl het voor vijfhonderd gebouwen medegebruikers zoekt. De rooms-katholieke kerk is minder scheutig met informatie, maar volgens de Task Force Toekomst Kerkgebouwen staat de helft van de katholieke kerkgebouwen op de nominatie afgestoten te worden. Met daarbij de aantekening dat de katholieke kerk liever sloopt dan laat hergebruiken, uit angst voor misbruik. Uit het onderzoek ’God in Nederland’ blijkt dat 78 procent van de Nederlanders het kerkgebouw in hun omgeving wil behouden.

De angst van de r.-k. kerk is niet geheel onterecht, want er zijn vreemde bestemmingen bekend: in de voormalige Sint Josephkerk in Den Bosch zit een partycentrum, in de Bernadettekerk in Helmond een supermarkt en in het Catharinaklooster in Breda een casino. In Amsterdam is een kerk omgetoverd tot duikschool en in Maastricht één tot fietsenstalling, terwijl in de kerk in Balk nu discotheek The String is gevestigd.

Wel religieuze, maar desalniettemin bijzondere transformaties: de gereformeerde kerk in Hemelum is vandaag de dag een Russisch-orthodox klooster, opgedragen aan de Heilige Nicolaas, en de Ignatiuskerk in Amsterdam, de Petrakerk in Leiden en de Olijftak in Amsterdam zijn tegenwoordig een moskee. Veel kerken worden omgebouwd tot woningen, anderen tot wijkcentra of gezondheidscentra, een hospice (Alkmaar) of een kinderdagverblijf (Rotterdam).

Letterlijk alle kerkgebouwen, kapellen en kloosters in ons land (zo’n 13.000) zijn bekend bij het Amsterdamse bedrijf Reliplan, adviesgroep voor kerkelijk onroerend goed en bijzondere projecten. Noem directeur Mickey Bosschert een kerk en ze haalt onmiddellijk een fotoboek uit de kast. „En: we hebben niet alleen heel veel aanbod, maar gelukkig ook heel veel vraag”, vertelt ze in het prachtige art deco kantoor, ooit koffiehuis. In de hoek een groot heiligenbeeld, en aan de muur een psalmenbord en een makelaarsvitrine met foto’s van te koop staande kerken.

"Verkoop aan moslims niet verstandig”

„We worden gemiddeld drie keer in de week gebeld door wanhopige kerkgenootschappen die het onderhoud van het gebouw niet meer kunnen opbrengen. Vaak willen ze één kerk verkopen om de twee andere van de gemeente te redden, maar soms zoeken ze andere wegen. Dan is het de uitdaging om creatief te zijn. Soms kan het geldprobleem al worden opgelost door bijvoorbeeld de pastorie te verkopen, zodat er appartementen in gemaakt kunnen worden.”

Bosschert startte zestien jaar geleden al met ’makelen’ in kerken: „Niemand durfde het aan. Hoe taxeer je zo’n object?"

En je komt altijd in een wespennest van tegengestelde belangen terecht. De een wil niet verkopen, de ander wel, maar alleen aan een bepaalde doelgroep, een derde vindt verbouwen uit den boze. Het is omzichtig laveren tussen de verschillen én de vaak diepe emoties die er leven. Gemiddeld duurt een verkoop een halfjaar. We hebben een hele lijst met mensen die belangstelling hebben voor een kerkgebouw, variërend van christelijke migrantenkerken tot zorginstellingen en van particulieren tot een orgelmuseum.”

Het echtpaar Mak woont in Wormerveer in een ’kerkappartement’. „In de gang zie je nog een stuk van een pilaar, bovenin de spanten van het dak en de lift zit in de kerktoren, die met een corridor is verbonden met de appartementen. Het is een heerlijk vredig plekje en als ik wel eens voormalige kerkgangers spreek, zeggen ze allemaal: alles beter dan sloop!” zegt bewoner Niek Mak.

Bosschert kocht ooit zelf, door emotie gedreven, het Rosa-klooster in AmsterdamNoord: „Een enorm complex. Het zou tegen de grond gaan. De nonnen waren er nét uit, hun bloemen bloeiden nog in de perfect onderhouden tuin en de tegels van de prachtige kloostergang glommen van jaren nijver poetsen. Ik dacht: dit mag niet. Iedereen verklaarde me voor gek, het was een enorm risico. Maar ik heb een deel, de oude school, laten verbouwen tot luxeappartementen, terwijl het klooster zelf nu in volle glorie wordt verhuurd aan het Leger des Heils en het Regionaal Instituut Begeleid Wonen.”

Behoud van een cultuurhistorisch gebouw, gecombineerd met economische haalbaarheid, dat is de formule van Reliplan. Verkoop aan de snelst groeiende religieuze groep in Nederland, de moslims, raadt directeur Bosschert echter niet aan: „Religie is gevoel en de kloof tussen islam en christendom is toch te groot. Ik ben er ooit met open vizier ingegaan, maar er zijn een paar keer afspraken geschonden. Werden toch de gebrandschilderde ramen verwijderd, dat soort zaken. Gewoon niet verstandig, het ligt allemaal te gevoelig.”

Heftige emoties, Ko Woudstra uit Weesp weet er alles van. Hij was ooit lid van de Evangelisch Lutherse Kerk, die samen met de gereformeerde en protestantse gemeenschappen fuseerde tot de Protestantse Kerk Nederland. „En we hadden alle drie een kerk. Dus er moest er één worden verkocht. Onze ruim 350 jaar oude gemeente kerkte in een rijksmonument uit 1819. Dat gebouw wilden we natuurlijk behouden en er waren ook al vergevorderde plannen voor een kostendekkend multifunctioneel centrum.”

„Maar het bestuur wilde geld zien. En aangezien de Kerkenraad uit 43 leden bestond, onder wie drie Lutheranen, kun je letterlijk uittellen wie aan het kortste eind trok. Uiteindelijk zijn onze kerk en de gereformeerde kerk vorig jaar verkocht voor een dikke twee miljoen euro. Terwijl er eigenlijk één miljoen was begroot. De verkoop was niet nodig geweest. Er schijnt een tandarts in te komen en de gereformeerde kerk zou een disco worden. Ik heb het maar van horen zeggen, hoor. Ik houd me er tegenwoordig verre van.”

Een kerk is méér dan een hoop stenen, weet ook Rob Wolters van de Task Force Behoud Kerkgebouwen. De Task Force is een initiatief van betrokken burgers: „Sloop van kerkgebouwen komt voort uit angst. Angst voor een faillissement, angst voor een louche bestemming en misbruik, angst voor concurrerende geloofsgemeenschappen. Dan wordt zo’n prachtig godshuis met de grond gelijkgemaakt, terwijl er nog wel spirituele interesse voor is.”

„Iedereen praat maar over ontkerkelijking, maar ziet daarbij de opmars van de christelijke migrantenkerken over het hoofd. Daar is een grote behoefte. De baptistengemeenschap in Amsterdam zou bijvoorbeeld dolgraag de Pius X-kerk willen overnemen. Maar het bisdom heeft er een sloopverplichting op gelegd. Daar bemoeien we ons als Task Force mee. In de eerste plaats streven we naar een spirituele of bezinnende functie voor een kerkgebouw. Zit dat er niet in, dan naar een publieke functie, denk aan een wijkcentrum. Op de derde plaats komt een kantoor of bedrijf.”

„Veel ontwikkelingen zien we met lede ogen aan. Er zijn vreemde mechanismen aan de gang in de wereld van de kerkgemeenschappen. De motieven zijn niet altijd even zuiver. Wat dat betreft zouden we graag zien dat de overheid zich hier meer mee zou bemoeien. Die beroept zich op de scheiding van kerk en staat, maar het gaat hier niet over de kerk als geloof, maar om de kerk als gebouw. We doen hiervoor suggesties in een strategisch plan, dat aan het eind van dit Jaar van het Religieus Erfgoed wordt aangeboden aan minister Plasterk.”

Volgens Wolters is een kerk een van de weinige publieke ruimtes die we nog hebben: „Iedereen kan en mag er naar binnen om te genieten van de rust, de schoonheid en het erfgoed. Het geld voor de gebouwen is vaak bijeengebracht met bloed, zweet en tranen in een tijd dat men het niet zo breed had. Haal je deze gebouwen weg, dan haal je ook de ziel uit een dorp of een wijk.”